Cultuur en geschiedenis

Het kleine, mooie departement maakt deel uit van de streek, Midi-Pyrénées. Een streek die maar liefst uit acht departementen bestaat: naast de Ariège,ook nog La Haute-Garonne, Le Gers, le Tarn-et-Garonne, le Lot, le Tarn, l’Aveyron en la Bigorre ofte les Hautes-Pyrénées. Elk van deze departementen biedt tal van mogelijkheden voor onvergetelijke uitstappen. Bovendien grenzen wij vlak aan die andere (meer bekende) streek uit het zuiden: de Languedoc-Roussillon ofte de grootste wijngaard van Frankrijk (en zoveel meer natuurlijk!). Met andere woorden, wij hebben niet zomaar onbezonnen besloten hier te komen wonen…

Het is geenszins mijn bedoeling een reisgids te schrijven, wel wil ik enkele tips geven, wat impressies (onder andere met foto’s) weergeven…want er zijn er veel na een tiental jaar in deze streek op vakantie te komen.
Bovendien meen ik dat velen er maanden voor afreis al een gigantisch voorspel van maken om zoveel mogelijk kennis over hun toekomstige bestemming te vergaren via alle mogelijke bronnen. Ik wil hun pret niet bederven, alleen de nieuwsgierigheid wat prikkelen. En ik kan ze geen ongelijk geven: er bestaan heel goede reisgidsen over deze streek (bv. Trotter, Le Guide Vert van Michelin, …) en minstens evenveel interessante sites (hiervoor verwijs ik naar de links op deze site).

Een heel voor de hand liggende reden om je vakantie hier te spenderen is uiteraard de schitterende natuur… Eerst het glooiende landschap – uitgestrekt en bijna niet bebouwd – en dan die grillige imponerende bergketen: de Pyreneeën! Bossen, watervlakten, wilde rivieren, prachtige zonnebloemvelden, grotten, gorges en bergen… iedereen raakt wel betoverd door  deze mooie landschappen.
Voor de genieter, wandelaar, fietser –of in combinatie- een waar paradijs. De fauna en flora kunnen hier nog ongestoord hun gang gaan… en jij mag er zomaar van genieten. De een is verwonderd om de vele zwaluwen, vlinders, salamanders en eekhoorntjes rond ons terras, terwijl de ander ’s avonds gefascineerd zit te vertellen over zijn ontmoeting die morgen (in de bergen) met een gems, everzwijn, steenbok …en bruine beer. Die laatste had uiteraard veel geluk gehad die dag…

Zowel de valleien rond Ax, de prachtige cols, het Nationaal Park als het Cirque de Gavarnie ( steile rotsen, diepe watervallen en hellende sneeuwlagen rond een cirque (keteldal) die binnenkort op de lijst van het werelderfgoed zal staan) zorgen er voor dat je je nietig voelt tegenover al die brute natuurkracht. In de vallei van de Garonne waan je je dan weer in Toscane…
Elk seizoen opnieuw lijkt het bovendien alsof een meesterlijk schilder zijn creativiteit hier botviert!

Onze streek draagt bovendien ook sporen van een lange -vaak heel woelige religieuze – geschiedenis.
Dertigduizend jaar geleden vond de Neanderthaler beschutting in uitgeholde rotsen en grotten. Die prehistorische sporen kan je hier nu nog bezichtigen: de grot (en museum) van Mas d’Azil, het prehistorische park met dolmen, de grot van Niaux en de grootste te bezichtigen grot van West- Europa: Lombrives.
Er bestaat geen twijfel over dat ook de Romeinen hier nadrukkelijk aanwezig zijn geweest, maar de sporen hiervan beperken zich meestal tot wat slordige resten van vestingen (nabij St-Lizier, Saint-Bertrand-de-Comminges). In tegenstelling met bijvoorbeeld de kuststreken en provence zijn er hier heel weinig intacte Romeinse monumenten.
Liefhebbers van kastelen en burchten kunnen hier dan weer echt hun hart ophalen… Het middeleeuwse erfgoed ligt hier dan ook te rapen… om het eens oneerbiedig te zeggen. De meeste burchten, kastelen en versterkte steden zijn een herinnering aan de wrede kruistocht tegen de katharen. De katharen… een interessante geschiedenis.

Ik vind het niet makkelijk om in enkele regels een duidelijk beeld te scheppen, daarom verwijs ik liever naar gespecialiseerde litteratuur en www.katharen.be . Toch even kort: De strenge religieuze leer die de katharen predikten vond vanaf de twaalfde eeuw een ideaal klimaat in Zuidwest Frankrijk omdat de rijke arrogante kerk van Rome de armen volledig van zich had vervreemd en onderdrukte. De dualiteit tussen Goed en Kwaad domineert het katharisme: het hoogste wat de mens kan bereiken is ontsnappen uit de materiele gevangenis, zijn lichaam. Vandaar dat ze moeten verzaken aan bezit en lichamelijk genot. Een minderheid slaagt daarin, de perfecti. De anderen zorgen voor de volmaakten en leggen zich neer bij hun mislukking…en hun enige hoop: reïncarneren en alles opnieuw proberen. Begin dertiende eeuw (1207) vond paus Innocentius III het welletjes en spreekt een banvloek uit over de katharen, bij wie de emoties hoog oplaaiden en de gezant van Rome vermoordden… hét alibi voor de paus om de oorlog uit te roepen. Onder het motto “doodt allen, God zal de zijnen wel herkennen” werden hele steden –mannen, vrouwen en kinderen- uitgeroeid. De katharen trokken zich terug in hoger gelegen burchten (Montségur, Quéribus, Carcassonne, Puivert, Foix …) vaak op onherbergzame rotsen gebouwd. De burchten werden stuk voor stuk belegerd en ingenomen door huurlingen en avonturiers, onder leiding van Simon de Montfort. De katharen stonden voor de keus: bekeren of op de brandstapel… In Montségur (1243) staan er 10 000 soldaten tegenover 500 ketters.. voor bijna de helft van hen leidt dit treffen naar de brandstapel. In 1255 eindigt de kruistocht met de inname van Quéribus. Om de laatste ketters te vernietigen werd tenslotte de beruchte inquisitie opgericht, wat met de vuurdood van Bélibaste, de laatste perfecti, het einde van het katharisme betekende (1321).

Wie de hele katharenroute volgt en zich in elke burcht wil verdiepen in de gruwelijke anekdotes moet een stevig incasseringsvermogen hebben… Niettemin, niet te missen!
De kerk had gewonnen… en wie aan Christendom denkt, denkt aan kerken en kathedralen, niet? In de streek vind je mooie Romaanse kathedralen, kerkjes en abdijen die echt de moeite waard zijn om te gaan bekijken, want ze getuigen niet alleen van een heel goede smaak maar ook van de zin voor mysterie die in deze cultuur diep verankerd is. De grootste Romaanse kerk ter wereld, de basiliek St.Sernin vind je in Toulouse. Kleinere versies zie je onder andere in Saint-Lizier en Saint-Bertrand-de-Comminges. Dichter in de buurt kan je naar de mooie kerkjes van St-Jean-de-Verges en Unac gaan kijken.

Maar het vreemdste en meest verrassende van al die mooie kerkjes, ligt op wandelafstand van ons huis: het kerkje van Vals, een rotskerk in een rotsblok die bedekt is met prachtige fresco’s van Catalaanse oorsprong… (bovendien een schitterend panorama op de Pyreneeën).

Door alle departementen van de Midi-Pyreneeën slingeren zich ook de eeuwenoude bedevaartsroutes naar het Spaanse Santiago de Compostella. Vanuit het noorden, het oosten en het westen was het de laatste etappe op de pelgrimsroute, voordat de ontoegankelijke Pyreneeën moesten worden bedwongen. Dat heeft in de loop der eeuwen een aantal bijzondere religieuze centra opgeleverd, waar pelgrims tot rust en bezinning kwamen. Het hoog op een rots gebouwde Rocamadour is zo’n voorbeeld. Een andere stop onderweg was het bergdorpje Conques. Heel bijzonder hier is de abdij van Sainte Foy. Uiteraard vormde de basiliek St.Sernin in Toulouse een hoogtepunt voor de pelgrims. Ook de kerk van Saint-Lizier, de abdij van l’Escaladieu en de vele kapelletjes, kloosters en gasthuizen verwelkomden de bedevaartgangers. Wie de tocht nu onderneemt (pas sinds 19de eeuw), stopt uiteraard ook in Lourdes – naast elk jaar miljoenen anderen. Want wie wil nu geen wil nu geen water uit de bron van Bernadette Soubirous…
Wie van moderne (schilder)kunst houdt, vindt hier in de omgeving enkele heel interessante musea: het Musée Toulouse Lautrec in het Palais de la Berbie in Albi, het Musée Goya in Castres en Musée Ingres in Montauban.

Uiteraard zijn er ook steeds boeiende tentoonstellingen in Toulouse.

Wanneer je hier in de omgeving rond loopt of rijdt, is het moeilijk om niet in een leuk gezellig typisch dorpje te stranden… en eigenlijk nooit meer weg te willen. De bastides kenden hier van de 11de tot de 14de eeuw een grote bloei.
Deze nieuwe steden dienden om de ‘kolonisten’ op te vangen die het hoofd moesten bieden aan de ketterij van de katharen. Ze waren zo aangelegd dat ze goed verdedigd konden worden. In het midden was er een vierkant of rechthoekig plein omgeven door overdekte arcaden Het stratenplan rondom was uiterst regelmatig. Deze bastides zijn nu nog ‘nauwelijks’ veranderd.

Mirepoix, Mazères, le Mas d’Azil, Revel,… het zijn maar enkele voorbeelden. Ook Saint-Ybars, St-Martin-d’Oyde en Carla-Bayle moet je geproefd hebben. Geen bastides, maar daarom niet minder gezellig en authentiek: Chalabre, Fanjeaux, St-Lizier, Albi, Rieux,…

Terwijl ik hier bezig ben mijn –nieuwe- schitterende omgeving te beschrijven, betrap ik me zelf er op volledig te willen zijn…. IJdele hoop, uiteraard. Doch, er zijn nog enkele plaatsen die een extra vermelding verdienen.
Wie met het vliegtuig komt ziet het vijf minuten voor de landing al aan zijn rechterzijde: de schitterende imposante Cité van Carcassonne (50km) …

De citadel Carcassonne is een stenen geschiedenisboek. Hier kan je niet alleen zalig kuieren in haar steegjes, maar ook in haar geschiedenis. Niemand kan beweren dat de Cité hem niets doet… in het hoogseizoen moet je wel de massa toeristen en souvenirwinkeltjes weg denken.

Op 45km vind je de ‘hoofdstad’ van de Ariège Foix. Het is  vooral een gezellige middeleeuwse stad met zijn schitterende kasteel, hoog op een rots. Het lijkt allemaal heel sprookjesachtig, maar het was vooral een onneembare burcht, een spoor van een harde katharenstad. In de zomer worden hier verschillende middeleeuwse spektakels opgevoerd.

De grootste stad in de buurt is het mooie Toulouse, la ville en rose. Wij houden echt van deze stad: ze is onvergetelijk en onvergelijkbaar met andere grote historische Franse steden. Niet alleen omwille van haar volstrekt eigen karakter (hier word je niet met je neus op de monumenten gedrukt, maar het is een grootstad op mensenmaat: eentje waarin je je moet laten verdwalen), maar vooral ook omdat hier de Franse cultuur, het studentenleven, de economie en al wat nog kan bruisen, bruist… – en dat doet ongelooflijk goed na een grote portie ‘campagne’.

Je moet je in haar verstilde, grillig kronkelende stegen met prachtige patriciërswoningen en ingetogen zuiderse binnenpleintjes wagen. En dan, totaal onverwacht, sta je op een majestueus plein (place du Capitole) en bruist het van onstuimig zuiders levensgenot. Toulouse is als een roze slakkenhuisje, met de Garonne als glinsterend spoor… -dit heb ik van iemand anders, maar het klopt.

Entre (les) deux mers… – velen denken hier aan een goedkope witte wijn, maar het is hier een begrip dat staat voor het Canal du Midi. Dit 240 kilometer lange kanaal verbindt de Middellandse Zee met de Garonne in Toulouse, vanwaar de Atlantische Oceaan bereikbaar is. Wat vroeger een belangrijke economische slagader was (voor vervoer van pastel en graan) is nu een folie voor de binnenvaart. Niet alleen per boot, maar ook met de fiets of te voet kan je tussen de platanen genieten van dit kanaal dat al meer dan twintig jaar op de lijst van het werelderfgoed staat. Dit is niet zomaar een kanaal, maar eentje met bevreemdende Esher-perspectieven: het landschap links, bijvoorbeeld, met die spoorlijn, ligt ruim tien meter lager dan het wateroppervlak. Of die brug waar boten over varen, terwijl andere er onderdoor gaan. Het lijkt allemaal gezichtsbedrog, maar is het product van de vele kanaalbruggen en de 94 sluizen. Een bouwkundig meesterwerk waar je echt kan genieten!

De kinderen mogen we natuurlijk ook niet vergeten. Op slechts 30min rijden vind je Chateau Chalabre. Hier kunt u op een leuke manier de geschiedenis van deze plaats leren door deel te nemen aan de oude spellen en demonstraties van ridder gevechten te paard. Een verscheidenheid aan vaardigheden worden gedemonstreerd in de interactieve workshops van het kasteel: kalligrafie, boogschieten, middeleeuws dansen.  Of misschien kun je terug naar de tijd van de dino’s. Het dino museum van Espéraza heeft een tentoonstellingsruimte van 3000m2 en ligt op 50min rijden. Of ga terug naar de prehistorie en de grotbewoners in Parc de la préhistoire in Tarascon sur Ariège. Eveneens slechts op 50min.

Wie onze chambres d’hôtes als uitvalsbasis verkiest, kan van hieruit ook nog uitstappen ondernemen naar de kust van de Middellandse Zee, met haar mooie vissershaventjes. Wie nog wat euro’s over heeft, kan naar Andorra om taksvrij te shoppen. En wie zich echt wil laten betoveren kan vanuit Bram (voor een spotprijs trouwens) met de trein naar Barcelona, waar een auto toch alleen maar voor moeilijkheden zorgt.

Tijdens de zomer (vanaf eind mei tot eind september) zijn er hier in zelfs het kleinste gehucht typische bruisende dorpsfeesten. Deze feesten ( typische maaltijd, orkest, petanque tornooi,…) zijn echt heel gezellig en weerspiegelen mooi wat voor een levensgenieters er hier wonen.

Niet alleen in de zomer, maar gans het jaar door heeft elk dorp ook zijn wekelijkse markt, alwaar je al het lekkers kan kopen waar ze hier zo fier op zijn. De markt op maandag in Mirepoix is bijvoorbeeld echt een aanrader.

Inderdaad, de inwoners van de Midi-Pyreneeën zijn echte levensgenieters. Wie cultuur, geschiedenis en natuur even wil laten rusten, kan gedurende enkele dagen gewoon op culinaire verkenningstocht, zowaar een groots hapje-tapje.
De Midi-Pyrénées betekent een ononderbroken uitnodiging om te smullen. De rijke en gevarieerde gastronomie gebruikt vooral plaatselijke producten en is zeer vermaard.
De kazen, of ze nu gemaakt zijn van koeien-, geiten- of schapenmelk zijn allemaal even lekker. Op de eerste plaats komt de beroemde fromage des Pyrénées,een stevige kaas bedekt met een harde korst. (Bethmale, Tomme de chèvre, …)
De streek is ook heel bekend om haar ganzen en eenden: niet alleen het vlees (magrets, billen,…) maar ook de organen (lever, maagjes,…) staan hier overal hoog op het menu: de foie gras (of het nu van ganzen of eenden is) en de confits zijn te koop in elk restaurant en delicatessenwinkel. Samen met de witte bonen en nog andere zaken (verschilt van stad tot stad) gaan die gekonfijte billen in de vermaarde cassoulet of mounjetado.
In de herfst, het jachtseizoen, is het zonde om zomaar voorbij te lopen aan een menu met wilde patrijs, everzwijn of hinde… Alsof dat allemaal nog niet lekker genoeg is, staan er dan overal –ook hier- de heerlijke versgeplukte wilde champignons op het menu: girolles, cèpes (eekhoorntjesbrood),… gewoon met een beetje look. Heerlijk!
En waar anders dan in Lautrec zouden we ons look halen… Inderdaad, de roze look is heel lekker zacht…en bewaart uitzonderlijk lang. Een ander lekker kruid uit de Pyreneeën is het piment d’ Espelette. Deze ‘rode kaviaar’ wordt elk jaar begin augustus geoogst en heeft zelfs een appellation d’origine contrôlée.

Had ik niet gezegd hapje-tapje? Naast lekker eten, wordt hier ook lekker (en veel ) gedronken. Onbekende vin de pays of vermaarde appellations, aperitief of digestief: in deze streek (Midi-Pyrénées) vind je een ruime keuze van alcoholische dranken. Van de 22 appellations d’origine contrôlée (AOC) zijn er vijf toppers: Gaillac, Cahors, Fronton, Madiran en Marcillac. Bij het aperitief heb je de keuze uit floc de Gascogne (een mengsel van druivensap en armagnac), Hypocras ariégois (op basis van wijn, gember, rozenblaadjes en kardemon)…en natuurlijk ook de andere typische Zuidfranse apéros: muscat en pastis. Na een lekkere maaltijd is er voor de zoetebekken een viooltjeslikeur en voor de anderen een glas armagnac (museum in Condom).

Aangezien de Ariège aan de Languedoc-Roussillon grenst, ben je bevoorrecht ook van háár lekkernijen te proeven. Haar heerlijke wijnen : Languedoc met onder andere haar Corbières en Blanquette de Limoux, de côtes du Roussillon en de Muscats (Rivesaltes, Banyuls,..). Haar kazen ( la fourme de l’Aubrac, de Roquefort,..) en aan de kust uiteraard al dat lekkers uit de zee: oesters, mosselen en de heerlijke ansjovisjes uit Collioure.

Na een uitstap, of gewoon als je het even wat rustiger wil, wacht op je ons gezellige, rustige terras en tuin…waar het heerlijk genieten is van de rust. In de zomer kan je hier gewoon een ganse dag op rondhangen, natafelen na het ontbijt, wat lezen in de zon, dan weer verkoeling zoeken onder de mimosa om dan stilletjes aan met de andere gasten in goed gezelschap van de zonsondergang en een lekkere maaltijd te genieten…

1 Comment

  1. De moeite waard om meerdere malen te lezen.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *